Alweer minder vertrouwen in de economie: Nederlanders vermijden grote aankopen
In dit artikel:
Het consumentenvertrouwen in Nederland is in maart verder gedaald: volgens het CBS ging de indicator van -24 naar -30, de grootste daling in bijna vier jaar. Het instituut meet het vertrouwen maandelijks met een schaal van -100 (allemaal negatief) tot +100 (allemaal positief); het twintigjarig gemiddelde ligt op -11. De vorig eeuw bereikte piek was +36 (januari 2000), de dieptepuntjes kwamen in september/oktober 2022 (-59) tijdens de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne.
De verslechtering wordt vooral veroorzaakt door somberder verwachtingen over de economische situatie in de komende twaalf maanden; ook het oordeel over het afgelopen jaar is negatiever geworden. Consumenten vinden nu vaker dat het geen goed moment is voor grote uitgaven: de koopbereidheid en het oordeel over de eigen financiële situatie zijn beide verslechterd.
Als belangrijke aanjagers noemt het bericht stijgende energieprijzen door het conflict in het Midden-Oosten. Dagelijks nieuws over oplopende prijzen en recordadviezen voor benzine en diesel worden gevoeld aan de pomp, en er is vrees voor hogere energierekeningen door stijgende gasprijzen. Bedrijven kunnen deze kosten doorberekenen, wat breedte inflatiedruk en extra prijsstijgingen voor consumenten mogelijk maakt.
Kortom: groeiende onzekerheid over de economie en hogere energiekosten drukken het vertrouwen en leiden ertoe dat huishoudens grote aankopen uitstellen — een ontwikkeling die de binnenlandse vraag en daarmee de economische dynamiek kan temperen.