Hoe werken minderheidskabinetten in het buitenland? 'Verschil is de politieke cultuur'

woensdag, 14 januari 2026 (14:22) - Metro

In dit artikel:

Rob Jetten, Henri Bontenbal en Dilan Yeşilgöz kondigden kort geleden aan te willen werken aan een minderheidskabinet — een zeldzame optie in Nederland. Dat leidde meteen tot discussie: voorstanders noemen het realistisch gezien de krappe verkiezingsuitslag logisch, tegenstanders vrezen een onstabiel ‘experiment’ en vragen zich af of zo’n kabinet lang standhoudt of snel tot nieuwe verkiezingen leidt. Informateur Letschert gaf de partijleiders de opdracht zich te oriënteren op hoe minderheidsregeringen in andere landen functioneren.

Wat is een minderheidskabinet? Kort: een regering die geen vaste meerderheid in het parlement heeft en dus afhankelijk is van wisselende steun van niet-coalitiepartijen om wetsvoorstellen en beleid te laten passeren. Dat vraagt continu overleg en verhoogt het risico dat plannen worden weggestemd of dat ministers onder druk komen te staan.

Denemarken wordt vaak als voorbeeld genoemd. Sinds de electorale versnippering van 1973 zijn daar minderheidsregeringen de norm geworden. Door een politieke cultuur met duidelijke blokvorming en vaste omgangsregels kunnen Deense minderheidsregeringen relatief stabiel opereren: partijen sluiten voor concrete voorstellen vaak tijdelijke afspraken, en niet-coalitiepartijen hebben formele invloed op het functioneren van zo’n kabinet. Historicus Bert van den Braak en onderzoeker Corné Smit wijzen erop dat die gewoonten het risico op plotselinge val van regeringen verkleinen, mits afspraken worden gemaakt en nagekomen.

Maar de vergelijking met Nederland kent haken. Nederland heeft geen vaste blokpolitiek en kent bovendien instituties en partijen die samenwerking bemoeilijken. Politicoloog Claes de Vreese wijst op het verschil in staatsrecht: Scandinaviërs kennen doorgaans geen Eerste Kamer zoals wij die hebben, waardoor het zoeken naar meerderheden in twee kamers wegvalt. Ook is de Nederlandse Eerste Kamer de afgelopen jaren politiek beladener geraakt, wat extra obstakels oplevert. Verder zijn er partijen (bijvoorbeeld partijen die nauwelijks tot compromissen neigen, of partijen met een slechte reputatie qua naleven van afspraken) die het risico op instabiliteit vergroten: wie steun verleent kan politiek medeverantwoordelijk worden.

Andere democratieën — zoals Zweden, Noorwegen, Nieuw-Zeeland en Canada — laten zien dat minderheidsregeringen vaak evenveel wetgeving doordrukken als meerderheidscoalities, maar dat wel meer onderhandeld moet worden met oppositiepartijen. In Zweden bijvoorbeeld regeerden minderheidskabinetten in een groot deel van de naoorlogse jaren; in Noorwegen bestond van 1985–2005 vrijwel onafgebroken een minderheidsregering.

Kortom: een minderheidskabinet werkt niet vanzelf. Succes hangt af van politieke cultuur, bereidheid tot compromis, institutionele omstandigheden (zoals de rol van een senaat) en duidelijke spelregels voor samenwerking met niet-coalitievormende partijen. Als Nederlandse partijen die gedragsregels willen overnemen, vergt dat zowel strategische aanpassing als mogelijk formele afspraken om de kans op stabiliteit te vergroten.