Kritiek op afbreken Wet betaalbare huur: '10 nieuwe steden beloofd, hogere huur geleverd'
In dit artikel:
Het kabinet legt vandaag een pakket voor waarmee onderdelen van de in juli 2024 ingevoerde Wet betaalbare huur worden versoepeld. Minister Elanor Boekholt‑O’Sullivan (D66) wil zo voorkomen dat verhuurders massaal woningen blijven verkopen en het aanbod voor middeninkomens verder slinkt. Concreet wil het kabinet de maximale huren verhogen door veranderingen in het woningwaarderingsstelsel (WWS) en ruimere uitzonderingen mogelijk maken voor tijdelijke contracten, onder meer voor studenten en specifieke woningtypen. De maatregelen kunnen snel in werking treden en worden in een brief aan de Tweede Kamer toegelicht.
De Woonbond reageert fel: de bond spreekt van een “afbraak van huurbescherming” en waarschuwt dat veel te hoge huren opnieuw mogelijk worden, terwijl huurders juist behoefte hebben aan zekerheid. Directeur Zeno Winkels stelt dat het kabinet de rekening van fiscaal en politiek beleid nu bij huurders legt en dat de echte oorzaken — zoals de hogere fiscale druk op fictief rendement in box 3 — met deze versoepelingen niet worden opgelost. De Woonbond dringt daarom aan op een gedegen evaluatie van de huidige wet voordat ingrijpende wijzigingen worden doorgevoerd.
Opmerkelijk is dat identieke voorstellen afgelopen najaar al werden gedaan door voormalig minister Mona Keijzer, maar toen door een Kamermeerderheid, inclusief D66 en CDA, werden verworpen. Tegenstanders vrezen dat het versimpeld terugschroeven van de Wet betaalbare huur niet automatisch leidt tot meer aanbod of betere betaalbaarheid, en dat huurders mogelijk juist meer gaan betalen temidden van de energiecrisis. De regering verdedigt de stap als nodig om het middenhuursegment aantrekkelijker voor verhuurders te maken en extra woningen voor middeninkomens te stimuleren.