Na zoveel maanden merken huishoudens prijsstijgingen door de oorlog in het Midden-Oosten
In dit artikel:
Economen van Rabobank waarschuwen dat de oorlog in het Midden-Oosten niet alleen nu al zorgt voor hogere brandstofprijzen, maar op termijn doorwerkt in veel meer producten en diensten. Hoofdeconoom Hugo Erken zegt dat de effecten niet meteen volledig merkbaar zijn: de eerste doorwerking bij industriële goederen zoals staal verschijnt volgens hun berekeningen na ongeveer drie maanden. De prijsstijgingen lopen geleidelijk op: eerst duurder transport door hogere brandstofkosten, daarna duurdere producten waarin staal voorkomt (bijvoorbeeld wasmachines en spelcomputers) en uiteindelijk hogere lonen; het piekmoment ligt rond 21 maanden. Rabobank baseert de analyse op de huidige olie- en gasprijzen en beperkt de horizon tot twee jaar vanwege grote onzekerheid over de ontwikkeling van het conflict in Iran.
Direct merkbaar zijn al de hogere prijzen aan de pomp en oplopende energierekeningen. Dat leidt ook tot prijseffecten bij diensten: hotels, restaurants en vluchten kunnen duurder worden omdat energie- en personeelskosten worden doorberekend. In buurlanden als België en Duitsland is tanken momenteel nog goedkoper, wat tanktoerisme stimuleert.
ABN AMRO-econoom Jan‑Paul van de Kerke verwacht dat Nederland de impact mogelijk sneller voelt dan andere Europese landen; onze inflatie lag al iets hoger voor deze crisis. Hij voorziet dat de inflatie zal stijgen van circa 2,4 procent naar ongeveer 3 procent. Kort samengevat: de oorlog drijft energieprijzen op, die via transport- en productieketens na verloop van tijd breed huishoudboek en economie raken — met full effect pas na maanden tot bijna twee jaar.