Obesitaschirurg waarschuwt: 'Nederland zit middenin obesitasepidemie, BMI-grens voor maagverkleining moet omlaag'
In dit artikel:
In het Bariatrisch Centrum van chirurg Rob Snoekx ondergaan jaarlijks tussen de 800 en 1000 patiënten een maagverkleining — een duidelijk teken dat obesitas in Nederland al een groot en groeiend gezondheidsprobleem is. Meer dan de helft van de volwassen Nederlanders heeft overgewicht en het aantal mensen met ernstig overgewicht blijft toenemen. Snoekx benadrukt dat zijn centrum aan het einde van de zorgketen staat: veel patiënten komen pas als zij al jaren worstelen met obesitas en inmiddels bijkomende aandoeningen hebben ontwikkeld, zoals type 2‑diabetes, versleten gewrichten en hart‑ en vaatziekten.
Een maagverkleining verkleint de maag en beïnvloedt vaak ook hormonale signalen die honger en verzadiging regelen. Het is een van de meest effectieve behandelingen voor ernstig overgewicht, maar ook een ingrijpende ingreep met blijvende gevolgen: patiënten moeten blijvend minder eten en hun leefstijl aanpassen. Van tevoren doorlopen zij een intensief traject met artsen, diëtisten en psychologen; aanwezigheid van een eetstoornis kan bijvoorbeeld een reden zijn om niet te opereren. Zonder blijvende gedragsveranderingen is er bovendien een risico op gewichtstoename omdat het lichaam de neiging heeft terug te keren naar het hoogste gewicht.
De opkomst van geneesmiddelen zoals Ozempic, Wegovy en Mounjaro heeft veel aandacht gekregen. Deze middelen beïnvloeden darmhormonen die het hongergevoel remmen en kunnen bij sommige mensen substantieel gewichtsverlies veroorzaken. In de praktijk werkt de medicatie wisselend: ongeveer een derde van de gebruikers profiteert sterk, een derde matig en een derde nauwelijks. Er worden doorgaans milde bijwerkingen gemeld, maar ernstigere neveneffecten komen ook voor.
Snoekx legt sterk de nadruk op preventie, vooral onder kinderen en tieners, omdat deze groep over tien tot twintig jaar de grootste additionele ziektelast kan veroorzaken. Hij pleit voor meer focus op bewegen en minder suikerconsumptie, maar erkent dat beleidsmaatregelen niet te betuttelend moeten overkomen. Daarnaast wil hij de BMI-grens voor operatie omlaag zien: internationale richtlijnen adviseren behandeling al vanaf een BMI van ongeveer 30, terwijl Nederlandse zorgverzekeraars nog vaak op oudere normen voortbouwen. Door een lagere drempel zouden meer mensen vroegtijdig behandeld kunnen worden, zo verwacht hij. Kortom: operatie is effectief maar lastiger en kostbaarder dan voorkomen — en volgens Snoekx moet beleid daar veel meer op inzetten.