Ondanks klimaatverandering is het koud: hoe kan dat? Dit is het verschil tussen weer en klimaat

vrijdag, 9 januari 2026 (15:53) - Metro

In dit artikel:

In Zwolle en elders in Nederland viel deze week veel sneeuw en vroor het flink — lokaal tot circa −15 °C — terwijl klimaatactivisten juist tegen opwarming protesteerden. Peter Siegmund, klimaatexpert van het KNMI, legt uit waarom zo’n koude periode niet in tegenspraak is met de wereldwijde opwarming.

Weer versus klimaat: weer is wat er nu of deze week gebeurt; klimaat is het langjarige gemiddelde (ongeveer dertig jaar). Hoewel de gemiddelde temperaturen in alle seizoenen stijgen, blijven individuele koude dagen en periodes mogelijk. Warme uitschieters (bijvoorbeeld decemberdagen van 14 °C) trekken het jaargemiddelde omhoog, terwijl koude dagen dat juist omlaag drukken.

Waar komt die kou vandaan? Veel kou die Nederland treft, volgt op wind uit Noord- en Oost-Europa: koude luchtmassa’s uit Scandinavië of Rusland worden aangevoerd en zorgen hier voor strenge vorst. Noord-Europa warmt zelfs sneller dan Nederland (Arctische verdubbelingseffecten), maar wanneer er toch heel koude lucht ontstaat, merken wij dat nog steeds. Historisch gezien waren winters vroeger vaker extreem koud; koudegolven (minimaal vijf dagen achtereen vorst) kwamen veel vaker voor. Sinds 1901 telde Nederland 33 koudegolven, maar in deze eeuw was er tot nu toe slechts één (2012), wat de trend naar minder strenge winters illustreert.

Een mogelijke extra factor is de verzwakking van de golfstroom (de warme Atlantische zeestroom). Smeltend poolijs maakt zeewater minder zout en lichter, wat het diepere terugtransport kan verzwakken. Dat proces kan regionale klimaateffecten hebben en heeft in het verleden geleid tot sterke temperatuurdalingen in Noordwest-Europa; of er een kantelpunt volgt en hoe groot die kans is, is onderwerp van lopend onderzoek en blijft onzeker.

Kortom: de huidige kou bewijst niet dat klimaatopwarming niet plaatsvindt. De aarde warmt gemiddeld op, hitte‑extremen worden vaker en sterker verwacht, maar grillige weersomstandigheden — inclusief perioden met strenge vorst — blijven mogelijk door variatie in windrichting, regionale processen en veranderingen in zeestromingen.