Palestijnen met Nederlands visum vragen hulp van Nederland bij vertrek uit Gaza
In dit artikel:
Drie Palestijnen met een geldig Nederlands visum stappen naar de rechtbank om het ministerie van Buitenlandse Zaken te dwingen consulaire bijstand te verlenen zodat zij Gaza kunnen verlaten. In een spoedzitting gisteren in Den Haag zeggen de eisers — twee studenten en een journalist — dat hun visa klaar liggen op de ambassade in Amman, maar dat zij zonder hulp het door geweld geteisterde gebied praktisch niet kunnen bereiken. De groep maakt deel uit van 42 Palestijnen die toestemming hebben om in Nederland te werken, te studeren of onderzoek te doen.
Een van de eisers, Bilal al Farra, zou deze week aan een master economie aan de Universiteit Maastricht beginnen en woont met zijn gezin in een vluchtelingenkamp. Journalist Hisham Zaqout, die bij onderzoeksinstituut NIAS wil starten met een project over de bescherming van journalistieke bronnen, sprak in zijn verklaring over de ironie dat hij juist nu het risico loopt “het zwijgen opgelegd te krijgen”.
Het ministerie verwijst naar gewijzigde omstandigheden sinds het staakt‑het‑vuren in oktober; de eisers benadrukken dat bombardementen, dodelijk geweld en een humanitaire crisis het dagelijkse leven nog steeds levensgevaarlijk maken. De grens bij Rafah is alleen beperkt open voor medische evacuaties, waardoor visumhouders geen uitweg hebben. De rechter doet over twee weken uitspraak; bij een positieve beslissing hopen ook andere visumhouders alsnog te kunnen vertrekken.