Prijzen aan de pomp door het dak, maar minister wil wachten met ingrijpen
In dit artikel:
De benzine- en dieselprijzen in Nederland stijgen flink door de onrust in het Midden-Oosten; momenteel kost een liter benzine ongeveer €2,57 en diesel €2,68. Ondanks klachten van consumenten en het verschijnsel van tanktoerisme naar goedkoper België en Duitsland, wil het kabinet voorlopig niet meteen ingrijpen. Minister van Financiën Eelco Heijnen zegt dat hij pas in augustus een definitieve beslissing neemt, omdat dan de financiële keuzes voor Prinsjesdag worden klaargezet. „Iedereen voelt het natuurlijk direct aan de pomp”, voegde hij toe, maar het kabinet wil eerst verschillende scenario’s doorrekenen.
Ook gasprijzen lopen op en dat kan de energierekening van huishoudens en bedrijven later in de economie doorwerken. Heijnen noemt onzekerheid over het verdere verloop van het conflict met Iran en de situatie in de Straat van Hormuz — een cruciale route voor olietransport — als bepalend voor de wintervooruitzichten.
De situatie verschilt van 2022, toen Europa sterk afhankelijk was van Rusland; sindsdien heeft Nederland zijn energiebronnen gediversifieerd, het verbruik met zo’n 30% verlaagd en extra beleidsinstrumenten ontwikkeld. Overheidsmaatregelen uit 2022, zoals een tijdelijke verlaging van de accijns op brandstof, werden deels verlengd maar ook deels teruggeschroefd, wat leidde tot een kleine verhoging van accijnzen (benzine +5,5 ct/l). Het handhaven van (een deel van) de korting kost de staatskas jaarlijks circa €500–600 miljoen; het schrappen van bijvoorbeeld tien cent per liter zou ongeveer €1 miljard opleveren. Premier Rob Jetten waarschuwde eerder dat sommige prijsmaatregelen nadelige effecten kunnen hebben op de energietransitie.