'Supergriep' en variant K: reden tot zorg?

woensdag, 17 december 2025 (14:39) - Metro

In dit artikel:

De term ‘supergriep’ duikt deze winter steeds vaker op omdat een subvariant van influenzavirus A (H3N2), aangeduid als variant K, in veel Europese landen dominant is en een eerder en grote griepgolf veroorzaakt. Begin dit jaar waarschuwde viroloog Marion Koopmans al voor het risico op een nieuwe pandemie. Ziekenhuizen in met name Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk melden een ongewoon zware toestroom van griepgevallen, wat leidde tot ruime media-aandacht en het gebruik van sensatiegerichte termen.

Variant K is geen nieuw virus, maar een genetische variatie binnen het bekende H3N2-type; griepvirussen muteren voortdurend, daarom wordt het vaccin jaarlijks aangepast. Wat deze variant opvallend maakt, is niet dat hij intrinsiek veel gevaarlijker zou zijn, maar dat hij snel veel mensen tegelijk infecteert. Daardoor stijgt het absolute aantal ernstige gevallen en ziekenhuisopnames, vooral onder risicogroepen: ouderen, jonge kinderen en mensen met een verzwakt immuunsysteem of chronische aandoeningen.

Medische specialisten benadrukken dat de klachten doorgaans overeenkomen met klassieke griep (koorts, spierpijn, hoesten, heftige vermoeidheid) en dat er tot nu toe geen duidelijke aanwijzingen zijn dat variant K meer ernstige ziekte veroorzaakt dan eerdere H3N2-varianten. Wel kan de druk op de zorg groter zijn omdat meerdere luchtwegvirussen (o.a. RSV en covid-19) tegelijk circuleren.

Het huidige griepvaccin is ontwikkeld vóór de opkomst van variant K, waardoor de bescherming tegen besmetting iets kan afnemen. Desondanks verkleint vaccinatie nog steeds substantieel de kans op ernstige ziekte, complicaties en ziekenhuisopname. Nederlandse gezondheidsinstanties volgen de situatie actief: H3N2-varianten vergelijkbaar met K worden ook in Nederland gezien, maar de situatie is tot dusverre beheersbaar. Deskundigen waarschuwen wel dat de piek later in de winter kan komen en adviseren vaccinatie en basale preventiemaatregelen om druk op de zorg te beperken.