Syrische handlanger Assad voor Nederlandse rechter om marteling en verkrachting
In dit artikel:
Een 57‑jarige Syriër uit Druten, Rafik A., staat de komende weken in Den Haag terecht wegens vermeende marteling en verkrachting van gevangenen in Syrië. Het Openbaar Ministerie verdenkt hem van misdrijven tegen de menselijkheid; hij zou in 2013–2014 hebben opgetreden als hoofdverhoorder van de aan het regime gelieerde militie National Defence Force.
Het OM spreekt van minstens negentien strafbare feiten tegen vier slachtoffers (drie mannen en een vrouw). De beschuldigingen omvatten systematisch geweld tijdens verhoren — slagen, trappen, ophangen en stroomstoten — en seksueel geweld, waarbij één vrouw slachtoffer zou zijn geworden van verkrachting. Een van de slachtoffers, Jafaar Adrah, is komende week bereid te getuigen. Hij vertelt dat hij in 2014 wegens deelname aan anti‑regimeprotesten en kritische berichten op sociale media in Salamiyah werd opgepakt, geblinddoekt afgevoerd en naar een boerderij gebracht waar ongeveer honderd gevangenen zaten. Zijn eerste verhoor duurde circa zes uur; “met elke vraag kwam een klap”, aldus zijn beschreven ervaring. Later werd hij overgeplaatst naar een gevangenis in Hama en zat hij maanden vast zonder eerlijke rechtsgang, tot een rechter zijn straf als uitgezeten bestempelde.
Rafik A. zou sinds 2021 in Nederland verblijven en kreeg een tijdelijke asielvergunning; sinds 2022 woonde hij met zijn gezin in Druten. Het Team Internationale Misdrijven van de Landelijke Recherche kwam hem kort na aankomst op het spoor na een tip; in december 2023 werd hij in zijn woning aangehouden.
Jafaar zegt niet uit wraak naar de rechtszaal te komen maar wil dat zijn voormalige folteraar volgens regels wordt berecht. Hij benadrukt de tegenstelling tussen de chaotische, gewelddadige detentie in Syrië en de Nederlandse rechtsstaat, en ziet de rechtszaak als kans op verantwoording en erkenning van het geleden onrecht.