Twee derde van de ouders volgt locatie van kind: 'Schijnveiligheid'

zaterdag, 30 mei 2026 (10:31) - RTL Nieuws

In dit artikel:

Twee derde van de Nederlandse ouders met kinderen van 6 tot 18 jaar gebruikt een tracker om de locatie van hun kind te volgen, blijkt uit een representatief RTL Nieuwspanel-onderzoek (21–26 mei 2026, ruim 19.000 deelnemers; 2.000 ouders van 6–18-jarigen). In bijna de helft van de gevallen gebeurt dat via de telefoon van het kind (apps zoals Zoek mijn / Find My of Life360); jongere basisschoolkinderen worden vaker met smartwatches gevolgd.

Veel ouders noemen veiligheid als belangrijkste reden: 72 procent vindt dat het volgen gerechtvaardigd is vanwege de bescherming van het kind. Voor anderen speelt gemak mee — bijvoorbeeld zien wanneer ze moeten beginnen met koken omdat het hele gezin onderweg is. De beschikbaarheid en lage prijs van trackers vergroten volgens deskundigen de neiging: apparaten zijn eenvoudig te koop en daardoor vaker in gebruik.

Hoe vaak ouders echt meekijken verschilt: 62 procent van de trackergebruikers bekijkt zelden of nooit de locatie, vaak alleen bij vertraging; 37 procent kijkt regelmatig, met name tijdens verplaatsingen naar school of vrienden. Ouders zeggen dat de meeste kinderen weinig bezwaar hebben: ongeveer de helft ervaart het als handig en slechts een klein deel (3 procent van de ouders van middelbare scholieren) meldt dat het kind er vooral last van heeft. Bijna alle ouders die tracken geven aan dat hun kind op de hoogte is van het volgen; publiek vindt ook dat kinderen geïnformeerd moeten worden (60 procent zegt dat bij een 8‑jarige, 77 procent bij een 15‑jarige).

Tegelijkertijd klinkt kritiek: 40 procent vreest dat constant volgen de zelfstandigheid van kinderen ondermijnt. Experts waarschuwen dat trackers een gevoel van schijnveiligheid kunnen geven — locatiegegevens bieden geen absolute garantie dat er niets gebeurt — en kunnen onbewust het signaal afgeven dat ouders hun kind niet vertrouwen. Pedagoog Herald Hofmeijer ziet het als een hang naar controle, versterkt door sociale normen op het schoolplein; Vivian den Blanken (NJi) raadt aan meer op de lange termijn te kijken en kinderen ruimte te geven om fouten te maken.

Beide experts pleiten voor een middenweg: niet abrupt loslaten, maar stapsgewijs meer vertrouwen geven (bijv. eerst meefietsen, later op afstand volgen) zodat kinderen autonomie leren ontwikkelen zonder dat ouders zich ineens onnodig kwetsbaar voelen.