Van recordhitte tot kurkdroge rivieren: zo extreem was de Europese zomer
In dit artikel:
West-Europa heeft de warmste zomer sinds het begin van de metingen achter de rug. De gemiddelde temperatuur kwam uit op 21,7 graden: 2,5 graden boven het gemiddelde van 1991-2020. In zeventien dagen kreeg minstens 60 procent van West-Europa temperaturen van 30 graden of hoger, tegenover elf dagen in de hete zomer van 2003 en zeven vorig jaar. Voor Europa als geheel was het de op twee na warmste zomer ooit gemeten.
Volgens klimaatdienst Copernicus had 52 procent van Europa bovendien te maken met minstens zeer sterke hittestress, waarbij de gevoelstemperatuur tot 38 graden of hoger opliep. De hitte begon al eind mei. Ook de Atlantische Oceaan en delen van de Middellandse Zee waren uitzonderlijk warm, waardoor het aan de kust ’s nachts minder goed afkoelde.
De langdurige hitte ging samen met grote droogte. Volgens de Europese overstromingsdienst EFAS was de gemiddelde rivierafvoer deze zomer de laagste sinds het begin van de metingen in 1992. Onder meer de Rijn, Donau, Rhône, Loire, Seine en Po bereikten in juli en augustus recordlage of bijna recordlage standen. Dat bemoeilijkt de scheepvaart en kan gevolgen hebben voor landbouw, natuur en de zoetwatervoorziening. Voor Nederland is vooral de Rijn van belang.
Door de combinatie van hitte en droogte brandde binnen de Europese Unie tot begin september bijna twee keer zoveel natuur af als gemiddeld in dezelfde periode van 2006 tot en met 2025. Spanje en Frankrijk werden het zwaarst getroffen. Copernicus ziet de opeenstapeling van extremen als een gevolg van het opwarmende klimaat: hitte versterkt verdamping en droogte, waardoor ook lage rivierstanden en natuurbranden waarschijnlijker worden.
Vandaag Inside: René van der Gijp reageert op situatie Cristiano Ronaldo bij Portugal: ‘Ik snap werkelijk niet...’