Via Schiphol vliegt er weinig, maar via Eindhoven wel: hoe zit dat?
In dit artikel:
Winterweer heeft de Nederlandse luchthavens de afgelopen dagen ongelijk getroffen: Schiphol kampt met grootschalige chaos en honderden geannuleerde vluchten, terwijl Eindhoven Airport grotendeels normaal blijft vliegen. Op Schiphol hebben meer dan duizend reizigers een nacht op de luchthaven moeten doorbrengen; van de ongeveer 1.100 geplande vluchten vielen er tot nu toe circa 700 weg en het aantal kan nog oplopen. De capaciteit is door zware sneeuwval en een ongunstige windrichting sterk teruggelopen — normaal verwerkt Schiphol zo’n 60 starts en landingen per uur, nu soms nog maar vijf — en er zijn 250 extra medewerkers ingezet om de banen sneeuwvrij te houden.
Eindhoven ervaart minder hinder omdat in het zuiden minder sneeuw viel, de luchthaven één landingsbaan heeft en het vliegschema veel kleiner en overzichtelijker is (ongeveer 70–80 vliegbewegingen per dag). Bovendien oefent Eindhoven jaarlijks een sneeuwoperatie, waardoor partijen beter voorbereid waren; bij de nieuwere sneeuwgolf hielpen zelfs militairen om de baan vrij te houden. Om veiligheid te garanderen is het aantal aankomende vluchten tijdelijk beperkt tot vier per uur, waardoor enige vertragingen optreden maar grote uitval tot nu toe is uitgebleven.
De kern van het verschil zit in schaal en complexiteit: een regionale luchthaven met één baan is makkelijker sneeuwvrij te houden dan een grote hub met meerdere start- en landingsbanen en veel aansluitende vluchten. Omdat banen na elke sneeuwval opnieuw geveegd moeten worden, kunnen de verstoringen bij grote luchthavens nog dagen doorwerken. Ook Europese luchthavens (onder andere Parijs en Brussel) melden winterse problemen. Reizigers moeten rekening houden met verdere annuleringen en vertragingen.