Waarom niemand in Nederland vrij is op 1 mei (op één beroepsgroep na)

vrijdag, 1 mei 2026 (13:39) - Metro

In dit artikel:

1 mei — Internationale Dag van de Arbeid — vindt zijn oorsprong in de Verenigde Staten. Op 1 mei 1886 eisten duizenden arbeiders een achturige werkdag; tijdens een bijeenkomst op Haymarket Square in Chicago viel op 4 mei een bom en vielen doden en gewonden. Die gebeurtenissen maakten 1 mei tot een internationaal symbool van de arbeidersbeweging en later een dag voor bredere arbeidsrechten.

In veel Europese landen is 1 mei een officiële vrije dag met optochten en herdenkingen. In Nederland daarentegen is het geen nationale feestdag en gaat de dag doorgaans onopgemerkt voorbij. Historische en praktische redenen spelen een rol: arbeidsvoorwaarden verbeterden in Nederland geleidelijk, er was geen vergelijkbaar bloedig conflict dat de dag sterk verankerde, en tot 2013 viel Koninginnedag op 30 april — vlak voor 1 mei — waardoor een extra vrije dag er vaak niet bij kwam.

Uitzonderingen bestaan: de Caribische bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba kennen wél 1 mei als vrije dag. Daarnaast is er één beroepsgroep op het Nederlandse vasteland die niet werkt: beurshandelaren. Na de samenvoeging van de Amsterdamse beurs met die van Parijs, Brussel (en later Lissabon) werden handelskalenders geharmoniseerd op basis van sluitingen van de Europese Centrale Bank; dat betekent dat de Amsterdamse beurs gesloten is op 1 mei, maar wel handelt op Koningsdag.

Kortom: 1 mei blijft wereldwijd een dag van arbeid en protest, maar in Nederland is het geen algemene vrije dag — behalve in enkele Caribische gemeenten en voor de financiële markt vanwege internationale handelsafspraken.